“Mag het een onsje meer zijn …….?” (20-10-2015)

‘Mag het een onsje meer zijn?’ Na jarenlange bezuinigingen mogen burgers en ondernemers wel eens ontzien worden, zodat er vanuit de lastenverlichting geld over blijft voor dat ‘onsje meer´.
Op Prinsjesdag werd hiervoor de eerste stap gezet –  de economische groei zit structureel weer in de lift. Goed nieuws voor de meeste mensen die in het komende jaar er gemiddeld 2,6% op vooruit gaan.
Deze boodschap weerklinkt ook door in de meeste gemeentelijke begrotingen die bij de gemeenteraden momenteel voorliggen. Veel financiële huishoudboekjes zien er weer gezonder uit en de uitgaven worden langzaam weer opgeschroefd. Maar laten we ons niet rijk rekenen. Onze begrotingen dienen ook toekomstbestendig te zijn waarbij de reserves weer afdoende worden aangevuld.

In 2008 werd Nederland – met zoveel andere landen – getroffen door een enorme financiële crisis. Een crisis die diep zou ingrijpen in de sociaal en economische voorspoed van de jaren daarvoor. Vanuit een opeenstapeling van factoren werden diepgewortelde zekerheden in één keer weggeblazen.
Al hoewel er in de eerste jaren van de crisis diverse stimuleringsmaatregelen werden genomen – en gemeenten enige tijd buitenschot bleven – volgde er een lange weg van ombuigingen en bezuinigingen.

Het eind van de crisishorizon was moeilijk te vatten. Na iedere bezuinigingsronde was er nieuwe hoop gevestigd op het eind van deze crisis. Opgaande bewegingen werden andermaal teniet gedaan door nieuw verval – de crisis duurde voort. Het Rijk, provincies en gemeenten dienden diep te snijden. Begroting op begroting werd er op basis van de kaasschaaf methode delen uit de begroting geschrapt. Burgers, ondernemers, verenigingen en instellingen kennen allen de gevolgen.

Diep gebogen en volhoudend in afwachting van de effecten van de ingezette koers. De eerste tekenen van een ander tij werden in 2014 reeds zichtbaar. Het ene na het andere positieve nieuws – stijgende huizenverkoop, economische groei, consumenten vertrouwen – volgden elkaar snel op. Deze basis van vertrouwen is de fundering voor nieuwe impulsen – consumenten en bedrijven investeren weer in de toekomst. Krapte maakt plaats voor de ruimte van – ´Mag het weer een onsje meer zijn?´.

Na maanden van voorbereidingen staan gemeenten aan de vooravond van hun begrotingsbehandeling. De raad van de Noordoostpolder buigt zich op 9 november over het financieel huishoudboekje. Het is een toets of inkomsten en uitgaven in de pas lopen en de conclusies een positieve prognose laten zien. Daarbij dient gewaakt te worden dat de kraan van uitgaven niet te ver wordt opengesteld. Al hoewel het herstel in de Noordoostpolder – o.a. vanuit aantrekkende grondverkopen – ook merkbaar is, dient er op vele terreinen alsnog een pas op de plaats gemaakt te worden. Gevaren vanuit risicovolle dossiers – waaronder de transformatie van de decentrale zorg – liggen nog steeds op de loer.

In de afgelopen jaren hebben de burgers en ondernemers veel moeten bijdragen om de overheidsbegrotingen op orde te krijgen. Nu er betere tijden aanbreken, dienen burgers en ondernemers hiervan te profiteren. Dit betekent dat zij in periode van opwaartse voortgang niet direct weer getrakteerd moeten worden op lastenverzwaring op o.a. OZB, leges en afvalstoffenheffing. Kosten stijgingen dienen binnen gemeenten zelf te worden opgevangen vanuit efficiency maatregelen en innovatie. Burgers en ondernemers moeten nu echt gaan profiteren van de meevaller van het komende jaar, gericht om weer ´een onsje meer´ te kunnen uitgeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *